dinsdag 8 oktober 2013

Krantenberichten op het Net!

InCT, de community voor publishing professionals, komt met een leuke vraag:
Er zijn onlangs vier nieuwe diensten gelanceerd om artikelen online aan de man te brengen:
1: Alexander Kloppings Blendle
2: het opnieuw gelanceerde eLinea
3: De Correspondent van Rob Wijnberg
4: MyJour

Welke van de vier denkt u dat het meest succes zal hebben?
Interessante vraag! De inzet is om goede artikelen uit goede kranten toegankelijk te maken voor mensen die geen abonnement hebben, maar wel af en toe een interessant artikel willen lezen. Tegen betaling.

De Correspondent past niet in dit rijtje, want die recyclet geen artikelen uit andere kranten en tijdschriften. Het correspondentennetwerk van de Correspondent schrijft zelf en voor 60 euro mag je een jaar meelezen en meedoen.

Ik denk dat degene gaat winnen die:
  1. de meeste interessante artikelen aanbiedt
  2. die een leuke prijs weet te vragen
  3. de aandacht van de lezer weet vast te houden
  4. de infostress vermindert
Zal ik dat maar even uitleggen?

Aanbod
Het is denk ik wel duidelijk dat de kwaliteit en de omvang van het aanbod doorslaggevend zijn. Als je de Volkskrant en de NRC meehebt, zoals Blendle misschien, ben je al een heel eind.

Prijs
20 cent voor een artikel is niet zoveel, maar je wilt dan wel weten waar je aan begint. Als een artikel je wordt aangeraden door een Twittervriend leg je dat zo neer, als je zelf al bladerend je keus nog moet maken gok je regelmatig verkeerd. In een krant (papier) zie je al scannend wel of iets interessant is, online is dat lastiger. 20 cent weggooien is nog te overzien, 3 x 80 cent is al een beritje in het café.

Van de andere kant wil de krantenuitgever er ook wat aan verdienen. Spotify wordt wel eens als interessant voorbeeld genoemd, maar een artiest verdient daar 0,4 cent per keer dat er een nummer van hem wordt afgespeeld. Daar kan niemand van leven.

Ik ben dus benieuwd of er een mooi evenwicht wordt gevonden, waarbij iedereen wat overhoudt. Blendle wil alvast 30% van de koek (net als Apple van iedere betaalde app opeist) en dat is best veel. Om die reden maakt Blendle zelf bijvoorbeeld geen app!

Leuke vraag voor een marketeer.

Aandacht vasthouden
Ik merk dat mijn aandacht voor de Correspondent weer verslapt. Ik heb nu de dagelijkse emailalert maar aangezet, maar daar krijg ik er dagelijks ook een stuk of tien van (Scoop.it, LinkedIn, Intermediair, enz.).

Als de onlinediensten dus meer willen zijn dan een webshop waar je een artikel koopt, moeten ze daar iets op verzinnen. Iets dat ongeveer net zo lastig te negeren is als een krant die iedere dag onverbiddelijk op je deurmat ligt.

Infostress
Iedereen is benieuwd naar spectaculaire artikelen met nieuwe inzichten of hilarische inhoud, maar iedereen wordt tegelijkertijd gek van alle informatie die zich via alle media probeert op te dringen. Als je een aantal feeds probeert bij te houden, bijvoorbeeld, kost je dat heel veel tijd en de vraag is of die je hebt en of je die niet beter kan besteden.

Zoals journalisten vroeger de telex van het ANP in de gaten hielden, moet je je online nu zelf door een tsunami aan nieuws en ander wetenswaardigs werken. Ik vind het zelf handiger om daar een legertje journalisten voor in te huren. Dat kost EUR 360 per jaar en daarbij inbegrepen is een print die je iedere ochtend in de bus krijgt.

Het schijnt (Alexander Klöpping) dat mensen van onder de 50 dat een slechte deal vinden en elkaar rondtwitteren en facebooken wat de moeite van het lezen waard is (vaak overigens krantenartikelen!). In dat geval zullen de vier online diensten waar ik het hier over heb je infostress niet vergroten.

Als je de sites (MyJour en eLinea) zijn al live gaat bezoeken, word je echter overstelpt met informatie. Het is, zoals gewoonlijk, niet meteen duidelijk, wat er te vinden is en wat de moeite waard is. Bah. Het leven is lastig zonder Twittervrienden.

Conclusie
Ik denk (nu althans, herinner me a.u.b. later niet aan eventuele vergissingen) dat het interessant is als er een webshop is (met de nadruk op één) waar je goeie artikelen uit goeie kranten kunt kopen, voor niet zoveel geld, zeker voor mensen die geen krant hebben. Ik krijg zelf mijn Volkskrant al niet uit.

Merk op dat zo'n webshop zonder kranten niet kan bestaan. Hoe moet dat als al die 50-plussers met een krantenabonnement zijn uitgestorven?

Of er iemand rijk van wordt vraag ik me af. Dan moet er erg veel gelezen worden. Ik zal mijn kinderen eens vragen hoe vaak zie krante-artikelen doortwitteren. 

donderdag 3 oktober 2013

Wat heb je eigenlijk aan communities?



De Correspondent is begonnen met "uitzenden" en heeft hoge verwachtingen, onder andere over de discussies die gaan losbarsten bij ieder artikel. Ik ben sceptisch (zoals altijd), want ik ben een beetje benauwd voor User Generated Content en online kennis delen. Discussiëren over bijdragen op De Correspondent heeft daar wel wat van weg.

Als ik onder een artikel 57 reacties zie is mijn eerste reactie: moet ik die allemaal gaan lezen? Om te beginnen is het heel veel. De lol van een krant was altijd dat een redacteur voor mij bepaalt wat de moeite waard is om te lezen, dat scheelt best een hoop een tijd.

Verder ken ik die 57 mensen niet. Who the hell is Thom Vleeskruyer, om maar een van de reageerders te noemen, en waarom zou ik moeten lezen wat hij vindt? Aparte naam trouwens.

Ik vind het wel mooi dat je onder je eigen naam moet reageren – dat scheelt een boel scheldpartijen à la GeenStijl, die best amusant kunnen zijn, maar niet per se tot dieper inzicht in de dingen des levens leiden.

Overigens denk ik zelf wel tien keer na voor ik mijn sporen nalaat op het Internet. De ledenlijst van de Association for Computational Linguistics van 1985 is, met mijn naam en adres ("Weigeliapk 61"), nog steeds te googelen (ik denk dat je dit zo schrijft), een spoor dat iemand anders ongevraagd voor me heeft achtergelaten en dat iedereen kan volgen.

Er zijn niet zoveel vragen die zich lenen voor een kort, ondubbelzinnig antwoord in een community – en wie heeft op het Net tijd voor een lang verhaal – en het is lastig om te taxeren of je daar mensen met verstand van zaken tegenkomt (en een kijk op de wereld die me aanspreekt) en je weet eigenlijk wel zeker dat je nergens een vertrouwelijk gesprek kunt voeren.

Even een bekende bellen is toch wel handig.


zondag 4 augustus 2013

Mastenbroek over verandermanagement

Willem Mastenbroek is een eminence grise / grand old man van de management consultancy. Generaties studenten hebben zijn Aula-pocket over onderhandelen op zijn minst langs zien komen, soms zelfs opengeslagen.

Hij is ook hoofdredacteur van Managementsite.nl, een site waar meer dan 70.000 mensen een account op hebben, het precieze aantal wordt trots in de wekelijkse mailing bijgehouden.

Ik word soms een beetje onrustig als ik rondkijk op de Managementsite. Bijvoorbeeld als ik bijdragen van consultants lees die precies weten hoe je een probleem aan moet pakken met een stappenplan dat ik niet helemaal begrijp.

Daarom pak ik af en toe deze post erbij van de Oude Meester, Mastenbroek zelf: Goed verandermanagement nog ver te zoeken. Het begint met een uithaal naar alle stappenplannen:

"Vind u dat het werkt?  Burning platform, sponsor, projectgroepen met jan en alleman. Experts van buiten. Uitrollen van de boel oftewel implementeren. Wat een armoe!"
De hele adviesbranche krijgt hier een draai om zijn oren, met een bijzondere vermelding voor John Kotter (van het burning platform).

Hij geeft dan drie voorbeelden van hoe het ook kan. Het eerste heeft hij uit zijn eigen adviespraktijk. Om klantgerichter te worden kreeg iedere afdeling van een organisatie deze drie vragen:
1. Wie zijn jullie klanten.
2. Weten jullie al op welke punten jullie kunnen  scoren bij jullie klanten.
3. Hoe ziet jullie actieplan eruit?
Schijnt als een tierelier gewerkt te hebben volgens Mastenbroek omdat het om een simpele aanpak gaat die de verantwoordelijkheid bij de mensen die het werk doen legt.

Ik geloof het graag.

Post Scriptum:

De inkt is nog niet droog van dit blogje of ik kom op Barking up the wrong tree, een blog over gedrag en psychologie een post tegen over een onderzoek van een halve eeuw geleden waarin is vastgesteld dat mensen niet in actie komen als je hun attitude verandert, maar wel als je ze een concreet plan van aanpak aanbiedt.

In het experiment kregen twee groepen studenten informatie over de gevolgen van onbehandelde tetanus, de ene alleen op papier, de andere kreeg een dramatisch filmpje te zien van een patiënt die er vreselijk aan toe was.

Je zou verwachten dat studenten uit de tweede groep naar de studentenarts zouden rennen voor een tetanusinjectie, maar nee. Ze liepen daar niet harder voor dan de studenten uit de eerste groep.

Wat wel een significant verschil maakte was of iemand een plattegrondje kreeg (het experiment was van ver vòòr het Internet) waarop het kantoor van de studentenarts te vinden was, inclusief openingstijden.

Dit geloof ik ook graag.

woensdag 3 juli 2013

Het nieuwe Bouwbesluit

Ik had het net over Chris Verhoef. Al surfend kwam ik het opstel tegen dat hij gemaakt heeft voor een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over online bankieren. Ik was trouwens aangenaam verrast dat gesprek georganiseerd is. Ze letten daar toch wel op in Den Haag. Hij zegt daarin een paar aardige dingen, sommige al bekend, andere juist niet.
  • Iedereen weet dat banksystemen soms al twintig jaar oud zijn. Volgens Verhoef geldt: hoe ouder hoe beter, want die systemen zijn in het gebruik gerijpt en gehard.
  • Minpuntje is dan wel weer dat er ofwel helemaal geen documentatie is ofwel dat de documentatie achter loopt (zijn er nog mensen voor wie dit een verrassing is of is dat beroepsdeformatie bij mij?). Niemand weet dus waarom die oude systemen zo goed werken
  • Banken vertellen niks over storingen. Publicitair is dat verstandig, want omstandig excuses aanbieden zorgt ervoor dat mensen zich alle narigheid beter herinneren, maar het draagt natuurlijk niet bij aan een snelle oplossing. Gelukkig is er www.allestoringen.nl.
  • Je hebt ook zoiets als een flash crowd. Ik kende alleen de flash mob, maar een flash crowd is een spontane oploop bij bv. een storing in het betalingsverkeer. Er gaan dan zoveel mensen nerveus proberen in te loggen dat dat hetzelfde effect heeft als een DDos-attack.
  • Ook interessant: weet je hoe hackers aan al die emailadressen komen waar ze mee uit phishen gaan? Onder andere van kleine webshops die de middelen en/of het benul niet hebben hun administratie goed af te sluiten. Daar schrok ik van, want ik koop regelmatig wat bij kleine, goedkope webwinkeltjes.
Als het over oorzaken gaat wijst Verhoef erop dat banken niet transparant zijn en dat niet hoeven te zijn. Kostenbesparing en outsourcing (werkte Snowden ook niet voor een geoutsourced deel van de NSA?) zijn niet altijd bevorderlijke voor cyber security.

Verhoef komt met een mooie analogie met het Bouwbesluit. Ik heb dat wel eens vervloekt toen ik een WC per se 12 cm moest laten uitbouwen, omdat hij anders niet aan de minimale oppervlakte-eis voldeed, maar zo'n bouwbesluit is natuurlijk volkomen zinnig en gerechtvaardigd. En de controle daarop ook.

Het is helemaal geen gek idee om dat ook voor ICT-systemen in te voeren, zeker niet voor openbare voorzieningen als het betalingsverkeer. Maar dan niet zo bureaucratisch dat er nooit meer iemand een bank kan beginnen.

Nothings sucks like an Electrolux

Chris Verhoef is een interessante (vermoedelijke ook eigenwijze) informaticus uit Amsterdam die graag zijn mening geeft over IT-zaken en ook wel wat te vertellen heeft. Ik kwam hem de afgelopen week twee keer tegen, maar dan wel op papier.

PRISM

De Volkskrant wilde van hem weten hoe erg het nou was dat de Amerikaanse en de Britse geheime dienst van alles over je weten. Zijn antwoord was: Niet zo erg. Tegen de krant zei hij:
Je hebt heel veel machines en intelligente mensen nodig om van die data informatie te maken. En om dat vervolgens weer om te zetten in kennis en wijsheid.
Dat sluit wel aan bij mijn ervaring dat de informatica (en ook de taalkunde, waar ik in ben opgeleid) nog steeds niet erg best uit de voeten kunnen met het fenomeen "betekenis". Er is gewoon geen theorie waarmee je betekenis zo kunt weergeven dat je hem met een machine kunt analyseren.

Probeer Google Translate maar eens. Ik kwam deze lijst van automatische vertaalfouten tegen, waarvan ik de stofzuigerreclame "Nothings sucks like an Electrolux" (rijmt ook nog!) buitengewoon charmant vindt.

Dat is een mooi bruggetje naar het gevaar dat Verhoef wel ziet in PRISM: false positives, waarbij iemand ten onrechte van terrorisme wordt verdacht, kunnen rampzalige gevolgen hebben voor de betrokkene. Voor je het weet kom je op een zwarte lijst en mag je Amerika niet meer binnen (dat kan een ramp zijn) en geheime diensten zijn niet erg geneigd tot transparantie. Er is niet voor niets een Snowden voor nodig om dit aan de grote klok te hangen.

Weet je wat, ik schrijf gewoon nog een blog over mijn andere confrontatie met Verhoef.


woensdag 5 juni 2013

Lang leve de immigratie!

Sinds vorig jaar volg ik de Internet Trends die Kleiner Perkins enz. ieder half jaar publiceert. Er is weer een nieuwe aflevering uit.

Kleiner Perkins is een groep venture capitalists die akelig rijk zijn geworden dankzij een goede neus voor innovatie en dat ook willen blijven. Daarom maken ze dit soort rapporten.

Leuk om op zaterdagmiddag eens door te bladeren in plaats van de boekenbijlage van de Volkskrant.

Highlights

  • Pagina 52 e.v.: wearables: er is al lang een gadget waarmee je je iPhone als bloeddrukmeter kunt gebruiken, er zijn en komen steeds meer gadgets (armbandjes en zo) die bijhouden of je wel goed beweegt en slaapt, er komen brillen met ingebouwde navigatiesoftware (Google Glass) waarmee je ook je mail kunt lezen en films kunt maken, enz. Alle gegevens die zo worden verzameld zijn natuurlijk rond te twitteren en te facebooken
  • Pagina 87: 60% van de 25 top tech bedrijven is gesticht door 1e of 2e generatie immigranten
  • Pagina 99-101: Online education / MOOCS (gratis online hoorcolleges) steeds succesvoller
  • Pagina 105: Belangrijkste learning tools
  • Pagina 103: Goeie vraag over kosten healthcare
  • Pagina 106-107: Mijn favoriet: hoe overbekende dingen als muziek luisteren, schoolboeken gebruiken, mensen inhuren door het internet op hun kop worden gezet.
Altijd leuk blijft het citaat van Ken Olson (oprichter van DEC, een van de belangrijkste computerfabrikanten van de vorige eeuw) uit 1977: There is no reason anyone would want a computer in their home.

Immigranten

Hoewel Steve Jobs niet beantwoordt aan het beeld dat ik heb van tweede-generatie allochtonen, heette zijn vader toch echt Abdulfattah Jandali en kwam hij van Syrië naar Amerika om politicologie te studeren. Ik wil me hier niet verdiepen in een verklaring voor het grote aantal eerste en twee-generatie immigranten onder de oprichters van leidende IT-bedrijven in de VS, maar ik vind het wel leuk dat een bedrijf dat echt een bedrijf is en geen not for profit-stichting fijntjes wijst op het belang van de hoog opgeleide - dat dan weer wel - immigranten voor de economie. Interessante invalshoek.

zondag 21 april 2013

Cyberdoom

Het is makkelijk om een cyberdoomscenario te schrijven, want onze wereld is nogal kwetsbaar. Als een paar hackers inderdaad het elektriciteitsnet uit kunnen zetten, het waterleidingbedrijf kunnen saboteren en je bankrekening leeghalen, hebben we nogal wat om ons druk over te maken.

Hollywood heeft hier een keer een film over gemaakt: Live Free or Die Hard, alweer in 2007. Hierin beginnen de slechten met alle verkeerslichten in New York op groen te zetten, vervolgens hacken ze alle tv-omroepen en laten ze een film zien van het Capitool dat instort en daarna gaan ze het elektriciteitsnet uitschakelen. Gelukkig is Bruce Willis er op tijd bij, samen met een hacker met een notebook in een schoudertas.

Albert Benschop heeft een iets beter onderbouwd doemscenario ontwikkeld op zijn SocioSite, een monumentaal academisch naslagwerk over de invloed van internet op de samenleving.

Ik vind het best lastig om die scenario's op hun waarde te schatten. Het is duidelijk dat een cyberaanval veel schade kan aanrichten, maar hoe groot is de kans dat dat ook gaat gebeuren, wat gebeurt er dan eigenlijk precies en wat is eigenlijk het effect van doemscenario's op politiek en samenleving?

Benschop verwijst naar een Amerikaanse auteur, Sean Lawson, die er een artikel over heeft geschreven in the Journal of Information Technology & Politics 10 (2013), aflevering 1. Ik heb er online een (gratis) versie van gevonden: Beyond Cyber-Doom. Hij zet doemscenario's aardig in perspectief:
  • Doemscenario's bestaan al sinds er onbegrepen technieken zijn. Mensen zijn bang dat die op een gegeven moment niet meer te  beheersen zijn. Een beetje het verhaal van de tovenaarsleerling.
  • Er blijkt een wetenschappelijke rampkunde te bestaan die leert dat technologische ontwrichting nog niet hoeft te leiden tot sociale ontwrichting en dat mensen vaak heel goed in staan zijn hiermee om te gaan. Hij geeft de bombardementscampagne tegen nazi-Duitsland als voorbeeld.
  • Het is wel gevaarlijk om cyber-aanvallen als oorlog te bestempelen. Meestal gaat het alleen om misdaad en spionage, bij cyberattacks, en door die als oorlogshandelingen te framen, ontstaat het gevaar dat er militaire oplossingen worden gezocht (schieten! maar op wie dan?) en dat er een centrale commandostructuur wordt opgezet, waar decentralisatie van structuren en systemen een land juist minder kwetsbaar maakt
Al met al een mooi pleidooi om niet in paniek te raken, vooral goed te kijken wat een cyberwar nou precies is en meer te vertrouwen op zelforganisatie dan op centralisatie.